
Voetstappen knerpen in bevroren gras.
Adem in fijne wolken, scheermessenkou, longen splijten.
De lucht, helder, koud, ongenaakbaar.
De oostenwind voert de dieselmotor van de pont.
Haar kabel trekt knarsend strak.
Windwakken in ondergelopen veld.
Ik betreed en scheuren kruipen arglistig naar de voeten.
Eenden vluchten schaatsend tussen maïsstoppels weg.
Het water daalt, krimpt, kraakt en knalt.
Aan de dijk zilveren eekhoorntjesbrood.
Hardvochtig stroomt de rivier.
Ontoegeeflijk, onvermurwbaar.
Noordwaarts. De blik. Gericht.
Altijd noordwaarts.
Mijn natuur is glas.
© Lammert Voos
Foto: © Saskia van Nijen


